donderdag 2 september 2010

Duimen voor Amerika

De onheilspellende berichten omtrent de staat van de Amerikaanse economie volgen elkaar de laatste weken en maanden in sneltempo op. Het valt te hopen dat dit verval niet onomkeerbaar is en dat de Verenigde Staten hun positie als één van de (niet langer dé) grootmachten kan veilig stellen. Een volledige heerschappij van autoritaire regimes als China en Rusland is geen leuk vooruitzicht voor de vrijheid in de wereld. Grote economische machten exporteren naast hun producten immers ook in grote mate hun ideologie en waarden. In de Islamitische Wereld zijn er op het vlak van mensenrechten nog een pak minder lichtpunten te bespeuren.

Ook Europa zit in economisch zwaar water. De Duitse economie mag dan al recordgroeicijfers neerzetten, toch staat de Europese Unie in zijn geheel voor ingrijpende economische maatregelen die onze welvaart en onze prominente plaats in de wereld zullen moeten veilig stellen. We stappen in deze tekst echter heen over de gigantische uitdagingen waar we in Europa mee kampen. Als we ons oog richten op de overige machtsblokken kunnen we alleen maar duimen dat onze transatlantische bondgenoot Amerika niet van zijn sokkel valt.


Amerika blijft ondanks zijn gebreken een voorbeeld

Verontrustende cijfers zijn er nochtans om hiervoor te beginnen vrezen. Amerika bevindt zich immers in de ergste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. Tegen de traditie in zette Duitsland onlangs hogere groeicijfers neer dan de Verenigde Staten, dat in het verleden vaak locomotief speelde voor de rest van de wereld. De huizenmarkt ligt helemaal op zijn gat nadat in 2007 de vastgoedzeepbel sprong. Hele woonwijken staan leeg omdat mensen hun afbetaling niet meer aankunnen. De werkloosheidsgraad steeg onlangs tot boven de 10% en de overheidsschuld begint uit zijn voegen te barsten. Dat laatste baart meer en meer economen zorgen. Er zijn dan ook al “schuldklokken” verschenen in verschillende steden en op het internet (zie bv http://www.brillig.com/debt_clock/). De schuld bedroeg op 31 augustus 2010 maar liefst 13.390 miljard dollar, ofwel 91,2% van het Bruto Binnenlands Product (bbp). In 2000 was dat nog maar 5629 miljard (58% van het bbp). President Obama zal maatregelen moeten nemen om deze explosieve groei tot stand te brengen. Toch een kanttekening bij dit astronomische bedrag: in België doen we het helemaal niet beter. Met een schuldgraad van rond de 100% van het bbp is de Europese Maastrichtnorm van maximaal 60% zelfs nog niet in het vizier. Amerika bewees in het verleden meermaals zijn veerkracht. Slaagt het erin nogmaals de rug te rechten?

Velen stellen zich momenteel niet de vraag óf Amerika zich wel zal kunnen handhaven, maar of dat überhaupt gewenst is. Twee bloedige oorlogen hebben het anti-Amerikanisme welig doen tieren in Europa en de rest van de wereld. Voor de oorlog in Irak had de toenmalige president George W. Bush inderdaad geen legitieme reden. Er werden immers geen massavernietigingswapens gevonden. Het fiasco in Irak sleurde echter ook de steun voor de oorlog in Afghanistan mee naar beneden, een oorlog waarvoor bij aanvang nochtans een breed draagvlak bestond in de wereld. Daarnaast wijzen tegenstanders er op dat de Verenigde Staten na Mexico en Zuid-Afrika het land zijn met de grootste inkomensongelijkheid van de ontwikkelde landen. 12,2 procent van de bevolking leeft onder de officiële armoedegrens.

De oorlog in Irak blijft als een zwarte schaduw hangen boven het presidentschap van Bush. Saddam Hoessein was weliswaar een erge dictator, maar bleek er een te zijn zonder massavernietigingswapens. Dat op zich is niet voldoende om een land gewapenderhand binnen te vallen, want dan blijf je bezig. Er lopen er zo immers nog wel een paar rond in de wereld. Toch zijn er ook een aantal positieve veranderingen in Irak. Het was Bush zijn droom om het land te bevrijden en van daaruit democratie te verspreiden over het hele Midden-Oosten. Irak ís momenteel een democratie en hield onlangs zijn tweede verkiezingen, al heeft het vijf maand na de stembusslag nog geen regering kunnen vormen. Het betreft uiteraard een prille democratie. Vrouwen worden nog steeds gediscrimineerd, maar er is een vrije pers en vrijheid van meningsuiting. Mensen kunnen terug vrijer praten op straat.

De tweede oorlog van Bush heeft ook de eerste in een slecht daglicht doen belanden. Dat valt alleen maar te betreuren. In Afghanistan voert de NAVO immers een bloedige, niet altijd goed gecoördineerde, maar noodzakelijke strijd tegen extremisten en terroristen. De VS leveren hiervoor de grootste troepeninspanning. Ook in landen zoals Pakistan (grensstreek met Afghanistan) en Jemen knapt de VS het vuile werk op voor ons. Met de aanslagen in Londen en Madrid namen de moslimfundamentalisten Europa ook al in het vizier, maar voorlopig is Amerika als enige in staat en bereid om te strijden tegen Al-Qaida en zaken zoals de verspreiding van kernwapens. China kijkt voorlopig enkel naar zijn eigen, directe belangen. Een nederlaag in Afghanistan zou vrouwen en andersdenkenden in het land bijzonder hard treffen. Onlangs verscheen op de voorpagina van Time een foto van de 18-jarige Biba Aisha, wiens oren en neus afgesneden waren op last van een Taliban-rechtbank. De reden? Ze was weggelopen van haar schoonfamilie na jarenlange mishandelingen. Het ontlokte zelfs Lucas Van Der Taelen (Groen!) volgende uitspraak: “Hoeveel bedenkingen er ook te formuleren zijn bij de VS interventie in Afghanistan, laat ons toch niet vergeten dat in dat land geen vrouw gediend is met een overwinning van de Taliban.” De Taliban heeft het niet begrepen op de meer seculiere overheidsscholen en laat dat duidelijk merken. Sinds begin dit jaar werden al een 100-tal scholen in brand gestoken of beschoten met raketlanceerders. Meisjes worden aangevallen met bijtend zuur en ook de leraars en leraressen hebben het niet onder de markt. In 2008 werden er 70 vermoord over heel het land.

Ook op de binnenlandse situatie valt er wel wat aan te merken. De sociale ongelijkheid is inderdaad te groot, maar daar horen wel twee kanttekeningen bij. Ten eerste is de sociale mobiliteit nergens zo groot. De American Dream van iemand die zich vanuit de armoede opwerkt is geen mythe. Daarnaast is dit ook deels het gevolg van een democratische keuze. De Amerikanen zijn immers als de dood voor belastingen, en die hebben nu eenmaal een herverdelende functie.

Dat laatste brengt ons bij de reden waarom we onze bondgenootschap met de Verenigde Staten zo moeten koesteren. De Verenigde Staten zijn een land met een sterke democratische traditie, getuige daarvan de verkiezing van Barack Obama. Niemand had een zwarte president zo snel voor mogelijk gehouden. Net als in Europa is er een scheiding der machten en een afsplitsing tussen godsdienst en staat. Amerika is ook land of freedom, waar vrije meningsuiting geen loos begrip is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de recente grote betogingen tegen Obama, vaak op de man en op het vijandige af. In China of Rusland is zoiets ondenkbaar.


Alles voor de natie in China

Dé grote uitdager van de Verenigde Staten is China. Het werd in augustus de tweede economie ter wereld, ten koste van Japan, en is dus een mogendheid waar niet naast kan gekeken worden. Economen voorspellen dat de nummer 1 positie van de VS rond 2035 in gevaar komt. De grootste automarkt ter wereld is China reeds. Ook andere cijfers tonen dat het land aan een steile opmars bezig is. Zo studeren er jaarlijks bijvoorbeeld meer ingenieurs af dan in de VS en Europa samen. China wil stilaan na de kwantiteit ook de kwaliteit van zijn industrie opvijzelen. De wereld wordt al overspoeld door Chinese goederen, op dit moment veelal nog van mindere complexiteit. God made heaven and earth, and everything else is made in China luidt de boutade.

De steile opmars is deels te verklaren door het heersende totalitaire eenpartijsysteem, dat krachtdadige besluitvorming mogelijk maakt. Alles moet wijken voor het nationaal belang, alles is ondergeschikt aan de staat. Dat vertaalt zich ook op andere vlakken. Onlangs werden 2087 sterk vervuilende fabrieken plots verplicht om tegen eind september de deuren te sluiten. Er zijn echter ook stemmen als Dani Rodrik die stelt dat autoritair leiderschap geen bijdrage levert aan economische groei: “de mythe van de autoritaire groei”. De professor politieke economie aan de Harvard-universiteit vindt dat Brazilië en India meer potentieel hebben om economische supermachten te worden.

Ook al heeft ze een deel van de lokale besluitvorming gedemocratiseerd, de Chinese Communistische Partij (CCP) houdt toch een ijzeren greep op de nationale politiek. Naast de CCP zijn er nog 8 kleinere partijen, maar die staan allen onder controle van de Communistische Partij. Het algemeen stemrecht is er dus een lege doos.

De keerzijde van het gebrek aan democratische keuze voor de Chinese burgers is navenant. Vrije pers is er niet. Zo wordt het internet gecensureerd. Kritische sites en blogs worden geblokkeerd. Dit kwam onlangs nog in het nieuws toen Google weigerde om dit nog langer te doen. Uiteindelijk werd overeengekomen dat de regering dit voortaan in hun plaats zou uitvoeren. Daarenboven worden kritische bloggers ook bedreigd of vastgezet.

Dat lot ondergingen ook vele ondertekenaars van het Charter 08, een internetpetitie die sinds 8 december 2008 oproept tot politieke hervorming in de Volksrepubliek. 300 prominente Chinezen, waaronder juristen, journalisten, schrijvers, intellectuelen én gepensioneerde leden van de CCP ijveren erin voor meer vrijheid. Ze pleiten voor een nieuwe grondwet die de mensrechten beschermt, een verkozen wetgevende macht, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en een onafhankelijke rechterlijke macht. Heel wat ondertekenaars hadden het reeds vroeger al met de autoriteiten aan de stok gekregen omwille van hun kritische kijk. Zo werd filosoof en mensenrechtenverdediger Liu Xiaobo naar een heropvoedingskamp gestuurd. Journaliste Gao Yu mocht dan weer tweemaal proeven van de gevangenis. Na 4 juni 1989 zat ze 15 maanden achter grendel, na 1993 zelfs 6 jaar. In 1999 kreeg ze van de VN-organisatie (!) UNESCO de prijs voor journalistiek. Het zijn slechts twee voorbeelden, maar ze weerspiegelen wel het heersende klimaat.

Ook de dalai lama hoeft op weinig medeleven te rekenen. Nu is de kwestie-Tibet wel bijzonder gecompliceerd. Tibet was reeds eeuwen afwisselend meer en minder verbonden met China, tot het in 1913 zijn onafhankelijkheid uitriep. China reageerde niet. Dat duurde tot 7 oktober 1950 toen na een invasie door het Chinese leger zijn Tibetaanse tegenhanger snel verslagen werd. De Tibetaanse regering in ballingschap zag Tibet als een onafhankelijke staat. De Chinese autoriteiten stellen nog steeds dat Tibet al honderden jaren deel uit maakt van China en beschouwt het tussen 1913 en 1950 als een opstandige provincie. Sinds de jaren zeventig pleit de dalai lama echter voor de tussenweg van de autonomie. Deze koerswending wordt echter straal genegeerd door China, dat hem nog steeds als een gevaarlijke separatist aanziet.

Op buitenlands vlak is China zowat de tegenpool van de Verenigde Staten, dat vaak optreedt als politieman van de wereld. Terwijl het Westen in Afrika bijvoorbeeld de mensenrechten aankaart, stellen de Chinezen geen vragen. De overassertieve houding van de Congolese regering tegenover België is hier een gevolg van. Waarom nog moeite steken in de moeilijke gesprekken met de Belgen als China wegen aanlegt zonder die –voor de bevolking nochtans noodzakelijke- vragen te stellen. Een teloorgang van Amerika en met uitbreiding de Westerse Wereld zou mensenrechten nog meer naar de achtergrond drijven. De impact op het nu al vaak armtierige lot van miljoenen mensen over de wereld zou geenszins positief zijn.

De vrijheid zal in de toekomst waarschijnlijk wel toenemen in China. Nu al ziet men dat er in bedrijven stakingen uitbreken om de lamentabele werkomstandigheden aan te klagen. Hoe snel dit zal evolueren blijft echter een groot vraagteken.


Poetin aan de touwtjes

Dan is het in Rusland op papier beter gesteld met de democratische vrijheden voor zijn burgers. Het land kent vrije verkiezingen en een meerpartijenstelsel. De realiteit is evenwel minder rooskleurig. Huidig premier Vladimir Poetin heeft de touwtjes stevig in handen. Veel ruimte voor tegenspraak duldt hij niet. Van 2000-2008 was Poetin president van Rusland, de hoogste politieke positie. Omdat een derde ambtstermijn wettelijk niet mogelijk was stelde hij zich kandidaat voor het premierschap, wat hij ook binnen haalde. Zijn medestander Medvedev werd zo de nieuwe president. Een schijnpresident haast, want Poetin is het machtscentrum gebleven. Ondanks het feit dat de president normaal de nummer één van het land is blijft Poetin ook naar de buitenwereld het gezicht van Rusland.

De populariteit van Poetin in Rusland is onbetwist. Sommigen zullen dan ook opperen dat de democratie gewoon haar werk doet. Zo simpel liggen de kaarten evenwel niet. Poetin heeft in zijn presidentsjaren immers de volledige pers in zijn greep gekregen. Kritische zenders werden simpelweg de mond gesnoerd. Het gevolg is dat op de Russische televisie zelfs geen greintje kritiek meer te horen is op zijn persoon. Zijn naam wordt enkel nog gelinkt aan positieve nieuwsverhalen.

Tegenstanders, of het nu oligarchen zijn met politieke ambities of eigenaars van kritische televisiezenders, kunnen zich niet al te ver wagen. Doen ze dat toch worden ze bijvoorbeeld plots beschuldigd van fraude. In hun eigen belang trekken ze dan best het land uit. Een extreem geval van het kortwieken van de oppositie is het verhaal van Ivan Ribkin, presidentskandidaat in 2004 en criticus van de bloedige oorlog in Tsjetsjenië. Ribkin werd vlak voor de verkiezingen 4 dagen ontvoerd. Bij zijn terugkomst zei hij dat FSB-agenten hem hadden gedrogeerd en dat hij daarna onder druk was gezet. Ribkin zette zijn campagne in eerste instantie nog voort vanuit het buitenland, maar later trok hij zich alsnog terug uit de race. “Van deze farce wil ik geen deel uitmaken”, liet hij getergd optekenen.

Dat de geheime dienst FSB ter sprake komt is geen toeval. De FSB is de opvolger van de beruchte KGB uit de tijd van de Sovjetunie. Poetin is zelf een ex-KGB’er. Onder zijn bewind heeft de geheime dienst opnieuw aan invloed gewonnen. Zozeer zelfs dat de FSB nu evenveel macht heeft als de KGB in de hoogdagen van de Sovjetunie. Op 11 juni keurde de Doema (het Russische Lagerhuis) nog een wet goed die de bevoegdheden van de FSB sterk uitbreidt.

Het kadert allemaal in een groter verhaal. Poetin wil van Rusland een opnieuw eendrachtige natie maken. Tegenstanders moeten de baan ruimen, betogingen tegen zijn bewind worden niet gesmaakt. De heimwee naar de sterke Sovjetunie heeft zelfs voor een revival van Stalin gezorgd. In de nieuwe geschiedenisboeken worden kritische kanttekeningen over de Stalinistische zuiveringen weggemoffeld. Er wordt nu “positieve geschiedenis” onderwezen. Scholen krijgen geen subsidies meer om de oude, meer realistische geschiedenisboeken te gebruiken. “De echo van de Stalin-periode waait door het Kremlin”, stellen critici.

Het zijn allemaal verontrustende signalen, temeer omdat Rusland na een mindere periode met vernieuwd zelfvertrouwen opnieuw op het wereldtoneel verschenen is. Hun grote gasvoorraden zijn hiertoe de sleutel. Europa is momenteel heel afhankelijk van de toevoer van dat gas, wat Rusland in een sterke positie brengt.


Zorgwekkende signalen uit de Islamitische wereld

In de Islamitische wereld is er niemand die op korte termijn zal toetreden tot de economische grootmachten. Er is wel het geval Iran, dat zich op een andere manier tussen de grootten der aarde wringt. Zijn nucleair programma is een voortdurende bron van onrust. Het Westen vermoedt dat dit plan als uiteindelijk doel heeft een kernwapen te ontwikkelen. Iran ontkent dit, maar weigert inspecteurs van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) wel volledige inzage. Iran zou volgens sommige bronnen reeds genoeg uranium hebben voor ten minste 1 atoombom. Als je weet dat president Ahmadinejad regelmatig laat optekenen dat “Israel moet vernietigd worden”, zou dat een zeer explosieve cocktail creëren. Nu kan er op Israel weliswaar een pak terechte snoeiharde kritiek geleverd worden, dit blijft een absoluut te vermijden scenario. Het Westen wil Iran overigens het recht op civiele kernenergie niet ontzeggen. Het deed hen daar in het verleden reeds meerdere voorstellen over. In de havenstad Bushehr opende op 21 augustus trouwens een centrale met Russische hulp. Deze werd in de jaren 50 opgestart met de hulp van de VS, maar na de Islamitische revolutie van 1979 mocht het Westen plots niet meer meekijken. Deze site wordt gedoogd omdat ze geen gevaar vormt voor het ontwikkelen van een kernwapen. Volgens het Witte Huis bewijst de centrale dat kernenergie voor vreedzame doeleinden kan zonder zelf uranium te verrijken.

Deze hardvochtige anti-Amerikaanse koers wordt niet door iedereen in het land gevolgd. Na de verkiezingsoverwinning van Ahmadinejad in 2009 kwam het volk massaal op straat om te protesteren tegen de volgens hen frauduleuze verkiezing. Boegbeelden Mousavi en Karroubi lieten optekenen: “Het zijn de mensen zelf die de protesten organiseren, niet wij”. De reactie van het regime liet niet op zich wachten. In de nasleep van de verkiezingen werden honderden hervormingsgezinden, journalisten en studenten opgepakt en veroordeeld tot gevangenisstraffen. Minstens tien mensen werden ter dood veroordeeld. Door het vastzetten van familieleden en adviseurs werd Mousavi geïsoleerd.

Voor grote delen van de bevolking, waaronder religieuze minderheden en vrouwen, is het leven geen pretwandeling in Iran. De heersende sharia discrimineert de vrouw enorm. Onlangs nog werd Sakineh Mohammadi Ashtiani ter dood door steniging (een langzaam en zeer pijnlijk proces) veroordeeld omdat ze overspel zou gepleegd hebben, iets wat zij zelf ontkent. Onder andere de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en de Franse “First Lady” Carla Bruni protesteerden hier tegen. Die laatste kreeg prompt het verwijt prostituee naar het hoofd geslingerd door de Iraanse media.

Iran is met die opgedrongen streng religieuze samenleving geen uitzondering in de regio. Ook in Saoedi-Arabië is de wet gebaseerd op de sharia en de koran. Vrouwen zijn er sterk beperkt in bewegingsvrijheid. Zo mogen ze niet met de auto rijden of zonder begeleiding op straat verschijnen. Er is een trend dat meer en meer Islamitische landen delen van de sharia invoeren. Indonesische provincies als Atjeh zijn daar een voorbeeld van.

Het grote Pakistan ontsnapt evenmin aan het oprukkende extremisme. Een recente reeks terreuraanslagen in verschillende steden heeft hen pijnlijk duidelijk gemaakt dat het extremistische gedachtegoed niet langer beperkt is tot delen van het platteland en de stammengebieden. Het land is stilaan een kruitvat. De bekende VS-generaal David Petraeus voorspelde in 2009 zelfs dat het land binnen de zes maand ineen zou kunnen stuiken. Een overdreven stelling die dan ook niet uit kwam, maar de snelheid waarmee het extremisme zich verspreidt verbaast zelfs degenen die al lang voor het gevaar waarschuwen. Een ruk naar het conservatieve islamisme is geen gezellig vooruitzicht aangezien Pakistan over atoomwapens beschikt.

Het meest schrijnende voorbeeld is misschien wel nog Afghanistan. Terzake toonde onlangs een foto uit de jaren 60 waarop leraressen te zien zijn in korte rok en zonder hoofdbedekking. De situatie dezer dagen is meer dan één stap terug. Leraressen en vrouwelijke leerlingen van overheidsscholen worden geïntimideerd, aangevallen of vermoord, ook al zijn ze sterk gesluierd.

Het is een spijtige en uiterst zorgwekkende zaak dat deze minachting tegenover vrouwen ook Europa reeds is binnengeslopen (uiteraard niet in de mate van de hiervoor aangehaalde voorbeelden). Bij een wandeling in de parken van Londen werd ondergetekende deze zomer overdonderd door de zee van nikabs en boerkas. Dat vrouwen bij zomerse temperaturen voor hun plezier rondlopen in zulke sauna’s maak je geen zinnig mens wijs.

Een kleinere kern van nog grotere fanatici probeert de Westerse cultuur op een meer directe manier te ondermijnen. In bepaalde moskeeën in Europa preekt men niet minder dan haat tegen het Westen. Daarnaast heb je marginale groeperingen als Sharia For Belgium die openlijk pleiten voor het invoeren van de sharia. Waarom die lui dan niet op het eerste vliegtuig kruipen naar hun sharia-land van keuze mag Joost weten. Minder marginaal is het feit dat islamcritici binnen Europa stilaan niet meer vrij voor hun mening kunnen uitkomen zonder bedreigd te worden. Kurt Westergaard, die een moslimhysterie veroorzaakte door het tekenen van een cartoon die Mohammed afbeeldde (voor moslims is dat heiligschennis), is heus niet langer de enige cartoonist die regelmatig bedreigingen ontvangt. In Nederland heb je dan weer het geval Geert Wilders. Deze islamkritische politicus staat 24 uur per dag onder bewaking en ontvangt regelmatig bedreigingen. Laat ons hopen dat de moord op filmmaker, columnist en islamcriticus Theo Van Gogh geen navolging krijgt.


India en Brazilië als lichtpunten

Gelukkig zijn er ook lichtpunten. De zogenaamde BRIC bestaat naast China en Rustland immers ook uit twee democratieën: India en Brazilië. De BRIC zijn vier snel ontwikkelende landen waarvan verwacht wordt dat ze rond 2050 (volgens een rapport van de investeringsbank Goldman Sachs) de meeste van de huidige rijkste landen zullen ingehaald hebben. India is een democratische republiek met een groot aantal partijen. Ook in het federale Brazilië genieten de burgers van vrije verkiezingen. Het land is door zijn minerale rijkdommen aan een steile opmars bezig en is nu reeds de negende economie in de wereld.


American Dream

De Verenigde Staten worden in minder democratische delen van de wereld door de regimes vaak als baarlijke duivel voorgesteld. Volgens de Iraanse ayatollah Khomeini zijn ze zelfs de “Grote Satan”. Er is hierbij toch wel enigszins sprake van het blame America first syndroom. Wereldwijd willen nog steeds een massa mensen de overstap maken naar het vrije Amerika, vaak juist uit landen met regimes die de VS overal de schuld van geven. Achter de reden hiervoor is het niet lang zoeken. De vrijheid en American Dream spreken nog steeds tot de verbeelding. Je mening niet alleen in je hoofd hebben, maar ook vrij en onbezorgd kunnen uiten is iets om absoluut te koesteren. Laat ons dan ook hopen dat Amerika de rest van de wereld nog lang mag voorzien van zijn belangrijkste exportproducten, democratie en vrijheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten